Installatierede Niederer: 'Rozen verwelken, zo niet Roosdendaal'

Geschreven door Redactie op .

Installarede van de burgemeester van Roosendaal, mr. J.M.L. Niederer, tijdens de installatievergadering op maandag 17 januari 2011 in de Kring in Roosendaal.

Werkstad Roosendaal, een stad van doeners, gegrondvest op de economische pijlers van weleer: landbouw, turfwinning en, daaruit voortgekomen, zeevaart met als belangrijkste rivier de Roosendaalse Vliet. Een stad die werd verwoest ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog.
Maar de Roosendalers lieten zich niet uit het veld slaan. Zij staken de handen uit de mouwen en werkten hard aan de wederopbouw van hun gemeenschap.
Van doorslaggevende betekenis voor de verdere ontwikkeling van Roosendaal was de realisatie, in 1854, van de internationale spoorverbinding Antwerpen-Roosendaal-Breda. Een nieuwe economische pijler was geboren: transport, logistiek en distributie. Zie hier in een notendop het verleden waaruit het arbeidsethos van de Roosendaalse bevolking blijkt.
De geschiedenis is belangrijk om het heden te begrijpen en vervolgens richting te geven aan de toekomst. Een toekomst waarin de Roosendalers zich herkennen. Het is namelijk hún toekomst waarvoor zij zich willen inzetten, samen met uw raad, ons college en de gemeentelijke organisatie.

Daarom wordt de ”Agenda van Roosendaal” zo’n belangrijk document. Het geeft immers zin en betekenis aan het Roosendaal in de 21e eeuw. Ik verheug mij erop, daaraan mee te werken.

Geachte leden van de raad. Ik wil graag de verbinder en netwerker zijn die u wenst. Maar ik zal proberen meer te zijn. Een burgemeester is ook procesbegeleider, spelverdeler en –waar nodig- spelaanjager.
De overheid kan het niet alleen. Zij mag tegenprestaties verwachten van de zelfredzame burger.
De Roosendaalse samenleving, haar wijken en dorpen, wordt vormgegeven door de mensen die er wonen en werken. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Ik appelleer aan actief burgerschap, waarin wederkerigheid het uitgangspunt is. De overheid kan het niet alleen. Zij mag tegenprestaties verwachten van de zelfredzame burger.
De tijd van “u vraagt, wij draaien” is echt voorbij. Uiteraard blijft de overheid het schild voor de zwakkeren. Zij die niet zelfredzaam kunnen zijn. Zo beschouwd zijn wij allen ambassadeur van onze gemeente. In mijn rol van burgemeester zal ik proberen alle groepen te ontmoeten en te verbinden, zaken te verknopen en bruggen te slaan, opdat de belangen van Roosendaal en haar inwoners zo goed mogelijk worden behartigd. In die ambassadeursrol wil ik u graag voorgaan.

Gemeenten pakken concrete problemen aan, bedenken oplossingen, bieden overzicht. Daarmee heeft de gemeente als “de eerste overheid” een gezicht voor mensen.
De gemeente verschaft identiteit; het gemeentebestuur van Roosendaal is voor zijn inwoners de drager van een gezamenlijk gevoelde identiteit. De europeanisering en globalisering leiden er toe, dat mensen zich meer en meer oriënteren op hun eigen omgeving, hun eigen gemeente.
Een vertrouwde thuisplek in een groot Europa, in een welhaast oneindige wereld. Een thuisplek die eigenheid garandeert en geborgenheid biedt. Daarom is het zo belangrijk om voor vitale, leefbare en veilige wijken en dorpen te zorgen. Raad en college hebben dit terecht benoemd als één van de speerpunten. Van Nispen tot Moerstraten, allen moeten zich thuis voelen in Roosendaal.

Wij moeten onze politie steunen in haar moeilijke werk en haar ook de middelen geven om de rechtsorde adequaat te kunnen handhaven.
Veiligheid, een uiterst belangrijk thema. Het raakt ons allemaal, tot achter de voordeur. Wij moeten onze politie steunen in haar moeilijke werk en haar ook de middelen geven om de rechtsorde adequaat te kunnen handhaven.
Het kabinet-Rutte werkt aan een ingrijpende wijziging van het politiebestel. We gaan van 25 politieregio’s naar één landelijk korps, bestaande uit 10 gedeconcentreerde, regionale eenheden. Met de minister van Veiligheid en Justitie als korpsbeheerder. Er ontstaat incongruentie met de 25 veiligheidsregio’s. We krijgen een nationaal aangestuurde politie, bovendien weg bij Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wat doet vrezen dat we een meer justitiële politie krijgen dan een politie, actief op straat in de wijken en dorpen. Terwijl het dáár gebeurt en dát bepalend is voor het veiligheidsgevoel van mensen.
De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid en heeft uit dien hoofde het gezag over de politie. Met de voorgenomen wijziging van de Politiewet lijkt deze taak van de burgemeester te worden uitgekleed, de geruststellende woorden van de minister ten spijt. Het beheer (dus zaken als inzet van agenten, materieel en financiën) gaat naar Den Haag, en dat is verder weg dan Tilburg.
Beheer volgt gezag, maar waar geen regionaal beheer meer is, wordt de lokale gezagspositie van de burgemeester de facto verder uitgehold. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd, niet in het regionaal college, niet in onze beroepsverenigingen als de VNG en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en niet in de Tweede Kamer.
Hoe dan ook, met onderlijning van de wederkerigheid in de relatie overheid-burger waarover ik zojuist sprak, zal ik met uw raad, samen met onze partners in veiligheid, jaarlijks het integraal veiligheidsprogramma opstellen teneinde de best mogelijke veiligheidszorg te leveren.

Strafrechtelijke, bestuurlijke en fiscale maatregelen zullen in onderlinge samenhang zonder schroom worden ingezet om de criminaliteit te lijf te gaan. Gelet op onze ligging, grenzend aan de metropool Antwerpen, is het van belang onze Vlaamse buurgemeenten actief te betrekken in het veiligheidsdossier. In mijn vorige gemeente, ook een grensgemeente, heb ik goede ervaringen opgedaan met wederzijdse inzet van politie en brandweer.

We moeten vooruitzien waar we met Roosendaal als centrumgemeente, als 2e grote stad van West-Brabant, naar toe willen en daarop reeds nu voorsorteren.
Het woord “samen” viel. Wanneer je bouwt aan een stad, economisch, sociaal- maatschappelijk en cultureel, is de dag van vandaag eigenlijk niet meer zo relevant. Het gaat veeleer om de dag van morgen, … en overmorgen. We moeten vooruitzien waar we met Roosendaal als centrumgemeente, als 2e grote stad van West-Brabant, naar toe willen en daarop reeds nu voorsorteren.
Roosendaal kan het niet alleen en daarom hebben wij partners nodig die ons helpen onze ambities te realiseren. Partners, binnen de 3 O’s: overheden, ondernemers, onderwijs. Samenwerken dus: meer samen is samen meer. Roosendaal toont goed nabuurschap.
Zonder andere buren te kort te doen, juich ik de samenwerking met Bergen op Zoom toe, bijvoorbeeld in het drugsproject Courage. Ik verwonder mij overigens wel een beetje over de naamgeving van onze duo-stad constructie: Brabantse Buitensteden. Ik begrijp, dat aansluiting is gezocht bij het landgoederenkarakter van beide gemeenten. Maar toch, waarom “buiten”? Het suggereert het zijn van een buitenstaander, een buitenbeentje, er niet echt bij horen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? We maken volop deel uit van talloze netwerken, onder andere het Samenwerkingsverband West-Brabant (het Zeeuwse Tholen incluis).

Samenwerken in West-Brabant, met de Strategische Agenda als richtsnoer. West-Brabant is strategisch gelegen tussen Mainport Rotterdam, Seaport Antwerpen en Brainport Eindhoven. Dit brengt mij op de gedachte van Makeport West-Brabant.
De Regionale Ontwikkelingsmaatschappij NV REWIN West-Brabant voert de slogan: “Maak ’t in…” (Roosendaal, Etten-Leur etc.). Maar ook, “Maak ’t in West-Brabant”. Laten we onze regio vanaf nu Makeport West-Brabant noemen en deze naam verankeren in de recent geactualiseerde Strategische Agenda West-Brabant. Makeport, maar dan wel breed gedefinieerd.
Dus niet alleen (traditionele) maakindustrie, maar ook krachtige sectoren als biobased economy en maintenance. Makeport kan via Breda als B5-stad, inhoud en innovatie toevoegen aan het stedelijk netwerk Brabantstad, en daarmee de concurrentiekracht van Brabant als geheel mee helpen vergroten. Brabant als innovatieve topregio van Europa. Versterk wat sterk is.

Als mijn eerste observaties juist zijn, is Roosendaal vooral sterk in transport en logistiek en de zorg (care en cure). Hierin moeten wij verdere initiatieven nemen. Ik stel mij zo voor, dat ons college samen met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen een taskforce transport en logistiek en een taskforce zorg opricht om deze domeinen door te ontwikkelen.
We moeten vooruitzien waar we met Roosendaal als centrumgemeente, als 2e grote stad van West-Brabant, naar toe willen en daarop reeds nu voorsorteren.
Met de aanleg van de Tweede Maasvlakte ontstaan nieuwe uitdagingen voor de sector transport, logistiek en distributie.
Belangwekkende initiatieven zijn al genomen, zoals de Zorgpoort bij het Franciscus Ziekenhuis. Met de aanleg van de Tweede Maasvlakte ontstaan nieuwe uitdagingen voor de sector transport, logistiek en distributie. Wij doen graag mee met het logistieke topinstituut “Dinalog” in Breda. Roosendaal, met haar uitermate gunstige infrastructurele ligging en daarmee grote economische potenties, moet deze kansen pakken en de ambitie hebben daarin te excelleren. Alleen de top is goed genoeg. Ik reken op collegiale steun van de West-Brabantse gemeenten en van de provincie. U kunt uiteraard ook rekenen op Roosendaal.

Dames en heren, vergrijzing, ontgroening en bevolkingskrimp. Wij moeten de demografische ontwikkelingen nauwgezet volgen. Dit lijkt mij overigens een belangrijk onderwerp voor de “Agenda van Roosendaal”.
Ik zei u eerder, dat de dag van morgen relevanter is dan de dag van vandaag. Willen wij de jeugd een goede toekomst in Roosendaal kunnen blijven bieden, dan zullen we voortdurend moeten werken aan een goed investeringsklimaat zodat nieuwe en ook nieuwsoortige banen ontstaan. Maar ook investeren in scholings- en opleidingsmogelijkheden (waaronder óók gerichte HBO-modules), een toereikend woningaanbod en vormen van eigentijdse ontspanning. De jeugd heeft de toekomst, maar die moet haar wel worden geboden.

Onze gemeente heeft een groot en waardevol buitengebied. Ook een kwetsbaar gebied waar grote belangen op het spel staan. Deze worden het beste gediend door intensief samen te werken met buurgemeenten die een soortgelijke problematiek kennen, aan deze en gene zijde van de landsgrens.

Beste Roosendalers. Ik zal met u in gesprek gaan om uit eerste hand te vernemen wat u bezighoudt, waarover u zich zorgen maakt. Of, misschien nog beter, waar u voor gaat! Ik zal mijn oor goed te luisteren leggen. Ik kom u opzoeken, in de stadswijken, en in Wouw, Heerle, Nispen, Wouwse Plantage en Moerstraten. En dat doe ik in deemoed. Volgens Van Dale betekent dit nederig of onderworpen. Maar ik geloof niet in deze betekenis. Deemoed staat namelijk voor de “moed om te dienen”. Zo beschouwd wil ik uw moedige, dappere burgemeester zijn.

Geachte leden van de raad. Ik beschouw het als een voorrecht om uw vergadering voor te zitten en spreek de wens uit, dat wij in goede dualistische verhoudingen gezamenlijk streven naar een verdere versterking van onze lokale democratie. Wij hebben uiteindelijk één gezamenlijk doel: knokken voor Roosendaal en haar inwoners.

Geachte collega’s in het college, Dames en heren van de gemeentelijke organisatie. Ik heb gesproken over het belang van verbindingen maken. Het is aan u en aan mij om te tonen dat Roosendaal als zelfbewuste en eigentijdse stad haar verantwoordelijkheid neemt, eerst en vooral ten opzichte van haar eigen burgers maar zeker ook ten opzichte van haar omgeving.
Wat wordt afgesproken, moet zijn geborgd opdat afspraken daadwerkelijk worden nagekomen. Vertrouwen mag nooit worden beschaamd.
Speciaal tegen onze ambtelijke medewerkers zeg ik: u heeft een bijzondere positie, op een aantal terreinen zelfs een monopolie-positie. U werkt niet voor de overheid, u bént de overheid. En dat verplicht. Mét uw bestuurders dient u de publieke zaak: 24 uur per dag, 7 dagen in de week.

Ik zal trachten door te dringen tot in de haarvaten van de Roosendaalse samenleving.
Ten slotte. Het is een eer om burgemeester te mogen zijn van deze gemeente. Ik zal trachten door te dringen tot in de haarvaten van de Roosendaalse samenleving. Toegewijd aan Roosendalers die niet spreken over “de”, maar over “onze” burgemeester, onze dappere burgemeester.
Rozen verwelken, zo niet Roosendaal. Zij is een duurzame gemeente.
Ik zeg het Michel Marijnen na in zijn voorwoord bij het boek “Roosendaal Mooi dat ’t is”: “Want hoe het ook zij, we mogen met recht trots zijn op Roosendaal!”
Dames en heren, ik voel mij verbonden met deze prachtige stad. .